De wegen die kruizen tussen mijn dromenland en de waanzinnige realiteit, knijpt met zijn schaar!
En dan is er ineens een doodse stilte.
Ik kan niet meer praten over mooie dingen die er toe doen.
Praten over mijn fantasiewereld waar alle kleuren gelukzalig zijn, zijn alleen privé voor mij bestemd.
Alles wordt weerkaatst op mijn eenzame oren die alleen het gehoor van zich zelf blijkt te horen.
Er zijn geen andere mensen die luisteren of er eerbied naar hebben.
‘De ander’ Die bestaat alleen in een misselijkmakende achtbaan van wir-war.
‘De ander’ Is alleen maar een vervelende bijeenkomst of een verwelkoming.
Als ik aan die wereld denk gaat letterlijk waar alle schoonheid verloren, en maakt plaats voor ruzie en scheldende woede demonen die de rotte planten zijn vol van verkeerd rot water en chemisch knetterend voer.
De oude Remco komt nooit meer terug, en dat besef ik maar steeds en steeds meer. Wellicht voel ik een vergeven van de oude Remco, maar dat is slechts nieuwe muziek of zang in mijn volgende leven.
Nu, ik nu leef laat ik de boel rusten en is die oude Vertrouwde Remco gewoon er even niet meer. Hij is niet meer die jongen die zich kan verbinden met de ander, hij die jongen die wild op zoek is naar een partner, vrienden, en nieuwe contacten.
Het is allemaal verloren, en maakt plaats voor enkel verstilling in een eindig groot iets waarvan ik de weet ongeveer zal kunnen weten.
De kosmos met daarin een kleurenpalet en een de droomwerelden in mijn eigen fantasie.
Ik kies het pad voor mijzelf, omdat ik geen zin heb in destructie en vernietiging.
He, oude jongen: luistert in zich zelf en ervaart in zich zelf.
De mooie wereld, de fantasiewereld lijkt zo ver weg en is dood geslagen.
Ik ben vernietigd allicht en maak plaats voor moeheid en ik doof.
Lig op bed, in stilte.
Op weg naar dromenland waar alles nog prachtig ervaren kan worden!
* Waker worden een nieuwe dag: Geen zin meer aan.
De middag klauteren voorbij en maakt plaats voor de nacht.
En dan ontwaak ik, en das is er plek voor nieuw werelden.
Mijn wereld waar alles kleurrijk is.
Diep in een zwart niets ontwaakt er heel stiekem een nieuw iets.
Een wereld waar ik nooit eenzaam zal worden.
Maar zwijg er over,
Wees stil, en maak slapende honden niet wakker.
Want de volgende doordeweekse middag zullen er schepselen komen die nooit naar mij zullen luisteren.
Mensen die ik niet vertrouw en altijd het liefst laat verdwijnen!
Weg er mee!
Ik moet de ander niet!
Ze kosten alleen maar energie en vreten mij van binnen op!
* Het gedonder is er weer.
Dan ontwaakt er een woede met duizenden nieuwe ideeën. Dit gedrocht moet ik een kleur geven, kleuren die staan als een bloemen, wezens, werelden, en nieuwe kosmos of een wereldbeeld allicht.
Er moet iets mee gedaan worden.
Want het is oorlog en bloed van binnen.
Help, andere wereld: Waar ben je!
Welke moet ik gaan verbeelden en fantaseren om veilig terug te trekken en niet eenzame kerkers van het zelf.
Ik word mond dood gemaakt of ter, wel praatdood.
Ik moet oppassen wat ik zeg, want ik balanceer op de randen van de realiteit en kan deze zo naar benden trekken met een nieuw waanzinnig verhaal die weer de kantjes er vanaf haalt.
“En verhaal van een psychoticus die ondragelijk lijd maar ter gelijke tijd in een krankzinnige film zit.”
Ik weet het, vorig jaar september was een heftige thriller.
En dat weet de omgeving ook, dus ik moet oppassen het er gaan over hebben.
Andere werelden en fantasieën, dat dus!
Want voor ik het weet plaats ik het onbedoeld in een bepaald context waarvan de ander gaat alarmeren.
Maar nu, ik rijker ben geworden door die ervaring weet ik, dat de verbeelding aan de andere kant ook lijpe shit kan worden en mijn leven kan overdonderen.
Te veel in de andere wereld leven veroorzaakt realiteitswaanzin.
Want fantasie en werkelijkheid ligt akeliger bij elkaar in de buurt dan ik hoopte te denken.
En dat willen we graag niet hebben.
Maar het zwijgen in deze wereld daar wordt ik ook doodziek van.
Ik trek terug en leef het liefst alleen zonder de ander om mij heen.
Heerlijk een veilig zonder gedoe!
Ik wandel gewoon naar praatNietland een land waar alle fantasie en kleurrijke taferelen heel wazig aanwezig zijn of juist slechts gebakken lucht moeten voorstellen. Er is bijna geen land te bekennen vandaar dat het soms een saaie rit is.
Stel eens een voor een prachtig paradijs voor waar alles mogelijk is en er ook nog eens vreemde wezens zijn met vreemde talen. Ik kan er veel over vertellen. Maar ik heb er de puf voor om deze wereld op te schrijven.
Ik zwijg*
Ik leef vanaf nu in praatNietLAnd.
En heel misschien komt daaruit een prachtig kunstwerk.
Ik wandel op paden met niet bestaand kleuren maar ze ervaren voor mij geel. Ik zie nu mooie kleurtjes en wezentjes in mijn geest getoverd worden en uiteindelijk kijk ik in de verte.
Daar is muziek!
En dan komt er een onvoorspelbaar subject mij te gemoed, het in de verte ding die zweeft en actieverhalen verteld.
Het leven is een pracht!
Maar Lopen in PraatNietland gaat over ervaren in deze wereld die ik nu alleen zelf ervaar. Een wereld waar ik niet over kan vertellen.
En dan verdwijnt het weer binnen een paar seconde.
En ben ik weer hier, in de computerkamer ‘dit aan het typen’
Wat moet ik nu zeggen?
Of moet ik iets gaan bedenken om alle inspiratie te laten vloeien.
“Er zijn een paar schommels in de buurt waarop ik kan schommelen”
Maar dat doe ik nooit.
Ik wandel en er is verstilling.
Wandelend zonder praten.
De vogels die fluiten, en de ontwaakte geuren van de lentenatuur.
Er is zo veel moois in deze wereld.
Waarom zal ik willen leven in PraatNietLand.
Trouwens, De meeste dingen spreek ik niet uit.
Dus ik leef gewoon in een wereld waar niet gepraat wordt.
Ik praat tegen mijzelf!
Zo, en nou moet ik naar de Wcpot om even enorm veel te schijten….
