Als alles donkergrauw gekleurd is, en boosheid alles overstijgt om de diepere lagen van de pijn waarheen de wegen zullen kruizen.
Waar naartoe kan ik mij manoeuvreren om vanuit de diepe pijn een pimpelpaars en nog tal van andere fel gekleurde teddybeer omarmen om zo doende de pijn in het bewustzijn te verankeren. Deze omhelzing zal het kwade tot iets moois in een betoverende beademing tot een nieuw leven kunnen ontwaken.
Zoals een plek waarin deze adem nodig is om alles wat de natuur siert daarin tot een levend bos te ontwaken, waarin het leven het leven ademt.
Deze plek wordt bekroond met daarin naast de vijver een prachtig denkbankje waarin gedachten deze wereld nog mooier zullen maken.
Een god spelen om een plek te verzinnen waarin de pijnlijke gedachtes tot iets overstijgend te laten bloeien tot een prachtige paradijs.
Denken zal kunnen spelen, denken zal kunnen vliegen en denken zal ademen tot een nieuwe denkrijk binnenin dit prachtige denkbos waar euforie een dansje doet.
Als alles nog verder bedacht kan worden dan ontstaat er een nieuwe wereld waarin pijn kan knuffelen en zich kan vereenzelvigen met de ware zelf zonder afhankelijk te zijn van de ander.
De ander is niks meer dan een invulling.
Clowns die in circussen werken om deze dolle dwaze pretpark tot lachen te wekken.
Dat siert deze prachtige denkwereld die tot leven is gewekt met denkadem.
Want als andere mensen hen ziel laten doodbloeden en niets anders doen dan overleven om hen lichamelijke behoefte te bevredigen zonder diepgang.
Dan trek ik zelf terug naar dit prachtige denkparadijs waarin ik met denkbeeldige mensen kan praten over mijn koetjes en kalfjes.
Dan zal de vrolijkheid en de duivelse plannen van de onbezielde spelen in mijn eigen speeltuin, vol geluk!
